De laatste tijd valt het mij steeds meer op dat ik als enige zit bij het applaudisseren. Het is blijkbaar de gewoonte geworden om aan het einde van een opvoering recht te staan, hoe goed of slecht het ook was. Waarom? Zo is er toch geen enkele eer meer aan een staande ovatie. Die eer zou enkel voor de allerbeste weggelegd mogen zijn.

Het deed me terugdenken aan mijn diploma-uitreiking als gitarist aan de muziekacademie. Ik had net één puntje te kort voor grootste onderscheiding. Maar ik had er in ieder geval zwaar mijn best voor gedaan. De jury was dan ook niet van de simpelste, dus ik was best trots op mijn prestatie. Tot ik hoorde dat 90% van de pianisten grootste onderscheiding had. Ze hadden allemaal meer! Zo werd mijn “grote onderscheiding” volledig teniet gedaan door een veel te milde jury.

Gelukkig zijn er nog plaatsen waar het er wel eerlijk aan toe gaat. Zo was ik onlangs toeschouwer van een lezing van een wereldbekende marketeer. Toen het moment was aangebroken om te applaudisseren stonden er tijdens het applaus een tiental mensen recht, de anderen, enkele honderden, bleven zitten. Wel nu, die tien personen zouden mij als spreker meer plezier doen dan een gans publiek dat een valse ovatie geeft. Die tien moeten immers al zeer overtuigd zijn van jouw speech om voor die honderden anderen te gaan staan.

Het zette me ook aan het denken. Als er nu vijftig mensen hadden rechtgestaan, zou de rest dan ook opstaan? Bestaat er zoiets als groepsdruk voor staande ovaties? Staan we op omdat we anders gezien worden tussen de massa? Dat zou betekenen dat je al heel overtuigd moet zijn om te blijven zitten.

In ieder geval roep ik op om net dat te doen. Weersta aan die groepsdruk en blijf zitten. Bewaar de eer van de staande ovatie voor de personen die het echt verdienen. Of sta jij misschien gewoon recht om zo snel mogelijk weg te zijn?