Ik pluk een pluisje uit je pels
strek me uit en nestel me naast je
dichtbij, zodat je adem net mijn vel streelt
Ik krab traag in je rosse lap baard
en kijk toe hoe de zon boven ons de toppen van de lofts roze likt
We liggen buiten in de tuinset die ik voor jou kocht
Omdat je nooit binnen wou
Hoe vaak heb je niet aan mijn deur gestaan
je vacht strakgetrokken over je schrale kas
je uitgemergelde lijf met je uitstekende knoken en je smekende bruine ogen
En ik maar hopen dat jouw liefde door de maag zou komen.
Dat ik je kon oplappen.
Je wou niets van mij
alleen aaien
in je wit met zwarte haren
en krabjes in je rosse lap baard
Hoe vaak probeerde ik je niet binnen te lokken
met karrevrachten gourmetbrokken
en een eindeloze stroom romige poezenmelk
Maar jij bent mijn rode laserstip
een dansend puntje dat door mijn vingers glipt als ik het probeer te vangen
Soms val je op mij in slaap
Dan blijf ik liggen
tot zelfs de tintels van traag verlammende ledematen voorbij gaan en elk gevoel uit mijn lijf verdwijnt behalve daar waar jouw warmte is
Ik vraag me af, zou er ooit iemand gestorven zijn omdat hij vast zat onder een kat?
Wat was ik een dwaas
te denken dat ik je moest oplappen
Hoe lang heeft het geduurd om het te snappen:
de lapjes maken de kat
Geen kat heeft ooit een baas gehad
Nee, jij hebt mij geclaimd als de jouwe
Je territorium afgevlagd met kopjes en soms, als je mij vuil genoeg vond, met prikkelige likjes.
Ik pluk een pluisje uit je pels
mijn gedachten weggezonken in jouw ononderbroken ronken dat zo de grondtoon zou kunnen vormen voor de mooiste muziek
Stiekem hoop ik op sterrentijd vanavond
dat je blijft vanavond
Maar ik weet dat je me dadelijk gaat verlaten
s’ Nachts moet jij de lappen op
voor belangrijke katerzaken.
